De verkiezingen naderen en dat valt
te merken in de Wetstraat. Het is inderdaad weinig waarschijnlijk dat het nog tot juni
volgend jaar zal duren vooraleer we naar de stembus trekken. Eens het Maastrichtexamen
gepasseerd, zullen de regeringspartijen het waarschijnlijk niet lang meer kunnen
volhouden.
De verkiezingen naderen en dat valt
te merken in de Wetstraat. Het is inderdaad weinig waarschijnlijk dat het nog tot juni
volgend jaar zal duren vooraleer we naar de stembus trekken. Eens het Maastrichtexamen
gepasseerd, zullen de regeringspartijen het waarschijnlijk niet lang meer kunnen
volhouden.
Ten eerste zullen harde voorwaarden worden opgelegd
aan België om zijn staatsschuld in versneld tempo verder af te bouwen. Dat betekent terug
harde maatregelen, die van een uittredende regering moeilijk kunnen verwacht worden.
Ten tweede willen de regeringspartijen de
oppositiepartijen niet teveel tijd geven om zich te hergroeperen. Niet dat ze in de
Wetstraat wakker liggen van nieuwe partijen als de PNPb van Marchal of Vivant, noch van
ID21 van Bertje Anciaux; deze initiatieven verdelen de oppositie nog meer en versterken de
regering eerder dan ze te verzwakken. Neen, de grote verschuivingen zullen waarschijnlijk
in het Zuiden te zien zijn. Indien na Glinne en Jean Guy van de PS ook Gino Russo naar Ecolo zou overstappen, zouden de Franstalige groenen wel eens een sleutel in handen kunnen
krijgen die tot nog toe was weggelegd voor de zwaar in crisis verkerende PSC. Bovendien
zijn er de geruchten over een voorakkoord tussen de PS en PRL voor een paars kabinet in
Wallonië, iets wat Glinne met zijn overstap naar Ecolo juist wil verhinderen.
Het is tegen deze achtergrond dat we de omzendbrief
betreffende de faciliteiten van Leo Peeters moeten zien, evenals de aanslepende crisis
binnen de Brusselse regering. Het is zeker niet de eerste keer dat bepaalde politici of
partijen communautair beginnen te stoken waneer er verkiezingen aan de horizon
verschijnen. Met het oog op de herziening van de financiewet in 1999 en een mogelijk
nieuwe ronde in de staatshervorming is een heropflakkering van het communautair gekrakeel bijna onvermijdelijk. Kwade tongen beweren zelfs dat de SP aanstuurt op een
regeringscrisis rond de faciliteiten om zodoende te vermijden dat de verkiezingen vlak na
of tijdens het Agusta-proces vallen.
Wat er ook van zij, de omzendbrief van Peeters en de
Vlaamse regering is een onnodige provocatie waarvan men op voorhand wist dat ze enorm veel
deining zou veroorzaken. De faciliteiten mogen dan steeds anders geïnterpreteerd zijn
door Vlamingen en Franstaligen, ze staan ingeschreven in de grondwet, ze bestaan bijna 35
jaar en zijn bijgevolg een verworven recht, waar zelfs de VU zich twintig jaar geleden al
bij neergelegd had met de ondertekening van het Egmondpakt. Wat de hele kwestie in de
Brusselse rand steeds gecompliceerd heeft is dat de stadsvlucht in de eerste plaats
gegoede burgers deed verhuizen, meestal Franstaligen, dat die neerkijken op de
plaatselijke bevolking en dat de vastgoedprijzen er de pan uitswingen zodat jonge
(Vlaamse) gezinnen elders moeten gaan wonen.
Maar deze onrechtvaardigheid wordt niet teniet
gedaan door alle Franstaligen te pesten door ze telkens opnieuw Franstalige formulieren te
laten aanvragen (zullen ze zich daarom laten “vervlaamsen?), maar wel door een een
sociale politiek te voeren van goedkope woningbouw, onteigeningen, enz. De hele strategie
van de Vlaamse partijen om Brussel af te grenzen is trouwens belachelijk (en wordt
grafisch geïllustreerd door de hilarische gordel, waarbij tienduizenden Vlamingen rond de
hoofdstad hossen om te onderstrepen dat de rand “van hen is”. De Brusselse
vijfhoek wordt geteisterd door verkrotting, werkloosheid, armoede en bedelarij. Er is voor
alles geld tekort. Hoe slechter de situatie werd, hoe meer de chichi’s wegvluchten
naar de rand (en uiteraard zijn dit niet alleen Franstaligen). Brussel en de rand vormen
een natuurlijk gegroeid geheel. Maar de dwaze federalisering heeft ervoor gezorgd dat
logisch geïntegreerde projecten uiteen werden gerukt en overgeheveld naar de nieuwe
bevoegde diensten. Gevolg: de tram naar Vilvoorde verdwijnt want er wordt gekibbeld over
wie moet opdraaien voor de kosten van de lijn. Een autostrade wordt vernieuwd, maar pakweg
200 meter blijft er gekabbeld bijliggen omdat de burgemeester de openbare werken verbiedt.
De voorbeelden zijn legio. Nu staan de
faciliteitengemeenten in het brandpunt van de belangstelling, maar hoeveel Franstaligen
wonen er niet in andere Vlaamse gemeenten rond Brussel, in de minder chique: Vilvoorde,
Machelen, enz. Armere gemeenten met een tanende industrie en goedkope woonge-legenheden,
waar Franstalige Belgen en migranten naartoe stromen en daar te botsen op, pakweg, de VDAB
die ze geen “Franstalige job” kan aanbieden. Maar over deze absurditeiten wordt
niet gesproken, wel over de luxeproblemen in de chichiwijken.
Juist daarom is het initiatief van Peeters en zijn
Vlaamse kompanen een opzettelijke provocatie om de aandacht van de echte problemen af te
leiden en mogelijk de regering Dehaene op een communautair zijspoor te laten ontsporen
eens ze haar job volbracht heeft. Serge Moureaux heeft reeds gedreigd niet meer over vertrouwensmoties van de meerderheid te zullen stemmen indien Dehaene de omzend brief van
Peeters niet veroordeelt. De federale regering wil voorlopig geen communautaire dossiers
op haar bureau, omdat ze weet dat dit het begin zal zijn van het einde. Ze houdt voorlopig
de boot af, net zoals bij het Brussels dossier dat ook stilletjes aan begint te stinken.
Men moet natuurlijk een ezel zijn wanneer men denkt dat Dehaene niet weet wat Vandenbrande
uitspookt en Tobback uit de lucht valt indien Peeters de Franstaligen begint te pesten.
Hier wordt een bewust spelleke blufpoker gespeeld waarbij zoveel mogelijk fiches worden
verzameld voor een nieuwe communautaire ronde. Na Van de Lanotte krijgt nu ook Leo Peeters
felicitaties van het Vlaams Blok.
We mogen als socialisten fier zijn! We hebben het al
vaker geschreven: de CVP heeft dankzij de socialistische regeringsdeelname een programma
weten door te voeren dat onmogelijk ware geweest met de liberalen. Geen prog-ressief
programma, wel te verstaan, maar een programma van privatiseringen en sociale afbraak. In
het politiedossier heeft de SP zich opgeworpen als kampioen van de rijkswacht, terwijl het
potdomme de rijkswacht is die de grootste steken heeft laten vallen in de zaak Dutroux.
En de verdediging van de rijkswacht neemt ze alleen
maar op zich omdat een socialist er voogdijminister van is en omdat De Ridder, hoofd van
de rijkswacht, een socialistische stempel draagt. We moeten hier niet veel ideologie
achter zoeken, het is een trieste illustratie van het kortzichtig “pragmatisme”
van het zogenaamd “modern socialisme” à la Blair.
En wie snelde die arme Melchior Whatelet ter hulp,
op een ogenblik dat zelfs De Clercq van de CVP de regeringsbeslissing om hem te laten
zitten in het Europees Gerechtshof niet meer durfde verdedigen? Juist, “onze”
Louis. Onze pragmatische leiders gaan zelfs zover dat ze hun autoriteit in de weegschaal
gooien om het onverdedigbare te verdedigen. En dan zwijgen we nog over het onmenselijk
asielbeleid van Van de Lanotte, die zelfs de Liga ter Verdediging van de mensenrechten op
zijn dak krijgt, en we hebben het uiteraard niet meer over het spekken van de partijkas
door illegaal geld van een wapenfabriek, waarvan uiteraard niemand in de leiding op de
hoogte was, behalve een tot dan onbekende penningmeester.
Het pragmatisme van de huidige socialistische
leiders leidt ons op termijn naar de afgrond. Zij zijn in de eerste plaats
verantwoordelijk voor de zogenaamde versnippering van het politieke landschap. Omdat de
arbeidersbeweging, gefnuikt door haar leiding, de motor niet meer kan spelen van sociale
vooruitgang, krijgen andere, impotente en in wezen klein-burgerlijke partijen de kans tot
bloei te komen. Sommigen meten zich een progressiever imago aan dan de SP en PS, zoals Agalev, Ecolo, zelfs Bertje van de VU; anderen vertonen poujadistische en zelfs
fascistische trekken.
Maar tegenover deze versnippering zal onvermijdelijk
een nieuwe hergroepering komen, waaraan trouwens reeds gewerkt wordt. Busquin probeert
naar Italiaans voorbeeld een soort van Olijfboomcoalitie op te richten met Ecolo en de
linkervleugel van de op springen staande PSC. Deprez ijvert voor een rechts blok met de rechtervleugel van de PSC en de PRL. Verhofstadt wil met iedereen een blok vormen maar
spijtig voor hem is niemand ertoe bereid. Al deze manoeuvers wijzen op een groeiende
politieke instabiliteit, die de diepgaande malaise binnen de Belgische samenleving
weerspiegelt. Er worden nieuwe partijen opgericht, bestaande partijen lanceren nieuwe
namen en logo’s (ID21, Roza, signaal enzovoort), maar de inhoud staat omgekeerd
evenredig met de façade. Armoe troef. Er worden zelfs partijen en initiatieven gelanceerd
vooraleer er een programma is, laat staan dat men weet waar men naartoe wil. En weet je
wie van al die onzin vooral zal profiteren, in Vlaanderen althans? De CVP! Weten wat je
wil is in het leven steeds een voordeel en zeker in de politiek.
Laten we dus eens ons gezond boerenverstand
gebruiken om het met de woorden van Tobback te zeggen. Wat willen we? Simpel. Om te
beginnen: een job voor de werklozen en minder werk voor degenen die werken, want de
meesten zijn overwerkt. Dus: een drastische arbeidsduurvermindering met loonbehoud en verplichte evenredige aanwervingen.
We willen dat iedereen deftig
gehuisvest wordt. Met een miljoen werklozen en een bouwindustrie die ver onder zijn
capaciteit draait moet dat toch mogelijk zijn, zegt ons gezond verstand. We willen beter
onderwijs voor onze kinderen, betere verzorging voor onze zieken en bejaarden, een beter
en goedkoper openbaar vervoer zodat we niet dagelijks drie uur verliezen in de file als we
naar ons werk moeten.
We vinden dat allemaal eigenlijk veel
belangrijker dan dat de Franstaligen in zes rijke gemeenten rond Brussel telkens een
aanvraag moeten indienen om hun papieren in het Frans te krijgen (wat de arme
gemeentewerkers ter plaatse trouwens veel overwerk zal bezorgen). Dat willen we, meneer
Peeters en Tobback. Ons gezond verstand zegt dat. En ja, we beseffen dat dit niet gaat,
omdat daar geen centen voor zijn. Er zijn wel centen om ieder jaar duizend miljard aan
intresten te betalen aan de banken, want ons systeem werkt nu eenmaal zo. Niet om onze
behoeften te dekken, maar om de zakken te vullen van degenen die al vele zakken hebben.
Een dikke honderd jaar geleden hadden we er
iets op gevonden: we hebben toen vakbonden opgericht en een socialistische partij om komaf
te maken met al die nonsens. Maar kijk toch eens wat jullie ermee gedaan hebben? Maar geen
nood. Wij zullen blijven vechten opdat de arbeidersbeweging zijn emanciperende rol terug
ten volle zal kunnen vervullen. We zullen jullie “pragmatisme” blijven aan de
kaak stellen en onze socialistische ideeën, die van het “gezond verstand”,
blijven propageren. En de mensen zullen terug op straat komen, net als tijdens de recente
marsen, en opnieuw en opnieuw. En in dit proces zullen jullie rol en programma steeds meer
in vraag worden gesteld en het onze op een steeds breder gehoor kunnen rekenen. Dit is
niet alleen een vrome wens van een kleine marxistische minderheid. Het is gewoon
gezond verstand.
