De omvang van het politiek potentieel dat SP.a Rood met de campagne
voor het voorzitterschap opbouwde is nauwelijks te overzien.
Belangrijker nog dan de 34 procent van de stemmen voor Elke en mezelf
is dat wij voor 66 procent de inhoud hebben bepaald van de
tussenkomsten op het congres van 21 oktober.
De omvang van het politiek potentieel
dat SP.a Rood met de campagne voor het voorzitterschap opbouwde is
nauwelijks te overzien. Belangrijker nog dan de 34 procent van de
stemmen voor Elke en mezelf is dat wij voor 66 procent de inhoud hebben
bepaald van de tussenkomsten op het congres van 21 oktober.
Ik
hoorde er spreken over onbetaalbare woning- voedsel- en energieprijzen,
over een democratische partij, over een front met de vakbonden, over
het feit dat je niet alleen arbeiders op de lijsten moet plaatsen maar
vooral hun eisen moet vertolken, over de overbodigheid van een kartel
met Spirit en de noodzaak van solidariteit tussen Vlamingen en Walen.
Als kroon op het werk was er Fred Patrie en zijn vurig pleidooi voor
een vermogensbelasting. Allemaal thema’s die SP.a Rood in de campagne
heeft gebracht. Als kersje op de taart noemen we elkaar terug
kameraden, en noemen we onszelf opnieuw socialisten. Dit congres ging
gelukkig niet over vrijheid en zekerheid, het ging gelukkig niet over
genetisch gemanipuleerd socialisme maar over authentiek socialisme.
Rond
dat authentiek socialisme zal SP.a Rood de komende jaren zélf actie
voeren indien de partij het zelf niet doet. Want we zijn daartoe
gelegitimeerd door een congres.
Yves
Desmet tracht in zijn editoriaal van 22 oktober nog krampachtig de deur
gesloten te houden. Maar het is te laat. Naast die ene gesloten deur
gingen er de afgelopen weken honderden deuren open. De meest verzuurde
hoofdredacteur van Vlaanderen is een beklagenswaardig man: hij ziet
zijn ideaal van een socialisme van de derde weg op niets uitlopen maar
moet nog door een rouwproces.
Maar
dat geeft hem niet het recht om gewone mensen te beledigen. Dat hij mij
verguist vind ik niet zo erg. Het omgekeerde zou me onrust baren. Maar
beledigende flauwiteiten over toogtijgers en volkshuizen als beschermde
werkplaatsen laat hij best achterwege. Als ik zie hoe de zaken die ik
aan journalisten van De Morgen vertel steeds weer in een compleet
verneukelde vorm in de pagina’s van die vrij marginale krant worden
weergegeven, dan lijkt het mij daar veel méér een beschermde werkplaats
te zijn dan de volkshuizen.
